De achterzijde van het lichaam

De plek waar een lichaam mag rusten

De achterzijde van het lichaam draagt ons iedere dag. De rug houdt ons overeind. De schouders dragen verantwoordelijkheid. De onderrug beweegt mee met iedere stap die we zetten. En diep in het midden vormt het sacrum een stevige verbinding tussen de wervelkolom en het bekken.

Toch zijn we ons van dit deel van het lichaam vaak veel minder bewust dan van de voorkant.

Veel vrouwen leven met hun aandacht vooral aan de voorzijde van het lichaam. Ze zijn gericht op contact, op zorgen voor anderen, op presteren en aanwezig zijn in de wereld om hen heen.

De achterkant krijgt vaak pas aandacht wanneer er klachten ontstaan of wanneer iemand tijdens een behandeling voor het eerst voelt hoeveel spanning zij eigenlijk al die tijd heeft gedragen.

Binnen Wombodiment vormt de achterzijde daarom een natuurlijke ingang tot het lichaam omdat het lichaam via de achterkant vaak gemakkelijker kan landen, gewicht kan toevertrouwen aan de ondergrond en stap voor stap meer ontspanning kan toelaten.


Dragen zonder dat we het merken

Ons lichaam past zich voortdurend aan aan de manier waarop we leven.

Wanneer we veel verantwoordelijkheid dragen, lang achter een computer zitten, weinig rust nemen of langdurig onder spanning staan, zien we dat vaak terug in de achterkant van het lichaam.

De schouders worden steviger.
De adem blijft hoger.
De onderrug voelt vermoeid of stijf.
Het lichaam blijft dragen.

Vaak gebeurt dit zo geleidelijk dat we ons nauwelijks bewust zijn van hoeveel spanning zich heeft opgebouwd. Pas wanneer er ruimte ontstaat om werkelijk stil te worden, wordt voelbaar hoeveel het lichaam al die tijd heeft vastgehouden.

Juist daarom begint sacraal lichaamswerk voor mij vaak aan de achterkant. Hier nodig je een lichaam niet uit om iets te doen, je nodigt het uit om langzaam weer te ontvangen, te leunen of even gedragen te worden.


Ontvangen en gedragen worden

De achterkant van het lichaam nodigt veel vrouwen uit om niet alleen spanning los te laten, maar ook opnieuw te ervaren hoe het is om gedragen te worden.

Gedragen door de ondergrond, gedragen door de ruimte om hen heen en gedragen door het veld.

En misschien, voor het eerst in lange tijd, ervaren dat zij niet alles alleen hoeven te dragen.

Dat maakt de achterkant van het lichaam voor mij een bijzondere ingang binnen het sacraal lichaamswerk. Waar de voorkant vaak uitnodigt tot contact maken met de wereld om ons heen, nodigt de achterkant uit tot ontvangen. Tot leunen. Tot zakken. Tot vertrouwen dat er iets is wat jou ondersteunt.

Voor veel vrouwen is dat een nieuwe ervaring, omdat zij zo gewend zijn geraakt om het zelf te doen.

Juist daarom ontstaat ontspanning vaak niet doordat een lichaam iets loslaat, maar doordat het langzaam ontdekt dat het zich mag laten dragen.


Thuiskomen aan de achterkant

Vaak zo herkenbaar, dat moment waarop je eindelijk gaat liggen en voelt hoeveel contact je rug eigenlijk maakt met de ondergrond. Of dat je ineens merkt hoe gespannen je schouders waren, zonder dat je het eerder doorhad.

Het lichaam laat zich vaak pas werkelijk voelen wanneer er voldoende rust ontstaat. Dat is ook wat ik je in deze opleiding wil leren zien.

De achterkant van het lichaam is veel meer dan een verzameling spieren en botten. Het is een plek waar een lichaam mag rusten. Waar het gewicht gedragen mag worden. Waar iemand stap voor stap mag ervaren:

Ik hoef het niet alleen te dragen.

Voor veel vrouwen begint daar de eerste laag van ontspanning. Niet groots of spectaculair maar voelbaar. En juist die subtiele verandering vormt vaak het begin van een diepere reis naar binnen.


afbeelding Anatomie van de achterzijde van het lichaam

overzichtsafbeelding van de rug, schouders, wervelkolom, bekken en het sacrum.


Belichaamde oefening

Voordat je een ander gaat aanraken, nodig ik je uit om eerst zelf de achterkant van jouw lichaam te ervaren.

Ga op een stevige ondergrond liggen of met je rug tegen de muur

Sluit je ogen.

Voel het contact van je hielen met de grond.

Je kuiten.

Je bovenbenen.

Je bekken.

Je onderrug.

Je middenrug.

Je schouders.

Je armen.

Je achterhoofd.

Blijf enkele minuten aanwezig bij de achterkant van je lichaam.

Merk op welke delen gemakkelijk rust toelaten.

En welke delen actief, gespannen of minder voelbaar zijn.

Breng daarna je aandacht naar je adem.

Voel hoe de adem zich langzaam mag uitbreiden richting je rug.

Je hoeft niets te veranderen.

Je oefent alleen in waarnemen.


Reflectie

Neem na de oefening rustig de tijd om te schrijven.

Reflectievragen

  • Hoe ervaar ik de achterkant van mijn lichaam op dit moment?
  • Welke gebieden voelen gemakkelijk gedragen?
  • Waar merk ik nog spanning of alertheid?
  • Wat veranderde er toen ik mijn aandacht bewust naar mijn rug bracht?
  • Welk inzicht neem ik mee uit deze oefening?