Luisteren begint met aanwezig zijn
Vanaf het moment dat je een lichaam aanraakt, ontstaat er een ontmoeting.
Niet alleen tussen jou en de vrouw voor je, maar ook tussen jouw handen en haar lichaam. Binnen Wombodiment zie ik aanraking daarom niet als iets wat je doet. Ik zie aanraking als een manier van luisteren.
Veel mensen zijn gewend om met hun handen iets te willen bereiken. We willen spanning verminderen, een spier losmaken of een klacht verlichten. Dat zijn begrijpelijke intenties. Binnen het sacraal lichaamswerk nodig ik je uit om eerst iets anders te ontwikkelen: nieuwsgierigheid.
Voordat je iets wilt veranderen, wil ik dat je leert waarnemen.
Wat vertelt dit lichaam je?
Wat voel je werkelijk onder je handen?
En kun je daarbij aanwezig blijven, zonder direct een antwoord te hoeven vinden?
Wanneer je vanuit die houding een lichaam ontmoet, verandert de kwaliteit van je aanraking. Je handen hoeven niets te bewijzen. Ze hoeven niet op zoek naar een oplossing. Ze mogen luisteren naar wat zich op dat moment laat zien. Juist daarin ontstaat vaak de diepste verbinding.
Je handen ontwikkelen een nieuwe gevoeligheid
Je handen verzamelen voortdurend informatie: ze voelen temperatuurverschillen, merken op waar een spier zachter wordt of juist spanning vasthoudt, voelen waar beweging ontstaat, ze merken op hoe de adem onder je handen beweegt en soms voelen ze juist stilte.
In het begin kan dat overweldigend zijn. Je wilt misschien alles begrijpen en bent bang dat je iets mist.
Weet dat dit heel normaal is.
Voelen is geen talent dat je wel of niet bezit. Het is een vaardigheid die zich ontwikkelt.
Hoe vaker je oefent, hoe vertrouwder je handen worden met de taal van het lichaam. Niet omdat je harder leert voelen, maar omdat jouw aandacht steeds verfijnder wordt.
Je hoeft niet op zoek te gaan naar bijzondere sensaties, weet da juist de kleine veranderingen vaak het meest vertellen.
Waarnemen zonder direct te verklaren
Wanneer je een lichaam aanraakt, is het verleidelijk om direct betekenis te geven aan wat je voelt.
“Deze spier zit vast.”
“Hier zal verdriet opgeslagen liggen.”
“Dit zal wel met haar verleden te maken hebben.”
Binnen Wombodiment nodig ik je uit om eerst een stap terug te doen, om langer te blijven bij wat je werkelijk waarneemt.
Je voelt dat een gebied steviger aanvoelt.
Je merkt op dat de adem verandert.
Je ervaart dat een spier zachter wordt.
Dat is voldoende. Door aanwezig te blijven zonder direct te verklaren, ontstaat er ruimte voor verwondering. Het lichaam spreekt zijn eigen taal. Die taal vraagt niet om snelle conclusies, maar om aandacht, geduld en vertrouwen.
Vertragen om werkelijk te kunnen luisteren
Werkelijk luisteren naar dat wat een lijf verteld, vraagt tijd
Wanneer je vertraagt, ontstaat er ruimte om kleine veranderingen op te merken.
Een diepere ademhaling.
Een bekken dat meer gewicht durft toe te vertrouwen aan de behandeltafel.
Een schouder die langzaam verzacht.
Een lichaam dat steeds iets zwaarder wordt.
Soms gebeurt er ogenschijnlijk weinig en ook dat vertelt iets.
Een lichaam vraagt zelden om meer technieken. Het verlangt allereerst naar een hand die werkelijk aanwezig is. Vanuit die aanwezigheid ontstaat de veiligheid, de bedding waarin een lichaam zich kan laten zien.
Belichaamde oefening
Voordat je de rugflow gaat bekijken, nodig ik je uit om eerst te oefenen met luisteren.
Werk samen met een oefenpartner.
Leg één hand rustig op de rug van de ander.
Je hoeft nog niets te bewegen. Blijf één tot twee minuten met je hand op dezelfde plek.
Voel de temperatuur van het lichaam.
Voel de beweging van de adem.
Voel hoe de huid, de spieren en het weefsel onder je hand aanvoelen.
Merk daarna op wat er verandert wanneer je nog een minuut langer aanwezig blijft.
Dus niet omdat jij iets doet, maar omdat aandacht op zichzelf al iets in beweging kan brengen.
Bespreek na afloop samen wat jullie hebben ervaren, om woorden te geven aan wat voelbaar was.
Reflectie
Neem na de oefening rustig de tijd om te schrijven.
Reflectievragen
- Wat gebeurde er toen ik mijn hand langere tijd op één plek liet rusten?
- Welke subtiele veranderingen merkte ik op?
- Wanneer voelde ik de neiging om iets te willen doen of te veranderen?
- Hoe was het om alleen aanwezig te zijn, zonder een doel na te streven?
- Wat betekent luisteren met mijn handen voor mij na het lezen van dit hoofdstuk?